Van versgesnoeide wilgentakken heb ik voor het eerst sinds 2013 twee nieuwe levensgrote paarden gebouwd. Het is een langsaam proces. Eerst, en dat is het meeste werk, moet er een basis komen. Dat is zoeken en uitproberen. Welke stevige takken lenen zich voor de lengte van de romp en voor de 4 benen, waar het frame op rust? Als dat eenmaal staat, dan kan ik met dunnere takken verder werken aan hals en hoofd. En vervolgens is het zaak de contouren bij te werken; het is echt tekenen met takken. Zolang de takken nog sappig zijn, zijn ze buigzaam en kan ik ze vlechten en knopen. Er komt geen touw aan te pas. Zo is uiteindelijk een stevige constructie ontstaan; de geboorte van twee wilgentakkenpaarden.