Vandaag 12 juli 2019 heb ik voor het eerst in mijn kunstcarrière een les gegeven over kunst, aan kleuters van groep 1 en 2. Een heel aparte en nieuwe ervaring. De Stichting KUVO, die kunstprojecten voor scholen in Woerden faciliteert, heeft mijn Kunstkring benaderd, met de vraag of een van hun leden een lesje over kunst zou willen geven in de kleuterklas. Ik had even geaarzeld toen deze vraag per e-mail langskwam. Maar heb toen toch maar de stoute schoenen aangetrokken. Want, zoals Pippi Langkous al zei, 'ik heb het nog nooit gedaan, dus ik zal het wel kunnen'.

Met de meester en 2 juffen heb ik mijn idee besproken. Zij waren ook een waardevolle ondersteuning tijdens mijn les. Ik wilde de kleuters laten zien hoe een kunstenaar schildert en welke spullen hij daarbij nodig heeft. Dan heb ik beertje Bram nageschilderd (ja hij lijkt echt). Daarna schilderde ik een mutsje, een brilletje, een strikje en een broekje en een rode neus op Brams portret. En liet daarmee zien dat je ook iets kan schilderen wat je niet ziet. En daarna kwam (heel spannend) er een nieuw portret op het doek, dat niet meer leek op het beertje. En ook niet op een ander dier. In vraag en antwoord concludeerden de kleuters dat je ook een beest kan schilderen dat niemand ooit gezien heeft en dat helemaal niet bestaat. En dat er niets fout kan gaan als je uit je fantasie tekent.

        

Tenslotte mochten de kinderen zelf aan de slag; teken je eigen fantasiebeest. Hoe gekker hoe beter (en ja, een eenhoorn, erg populair bij meisjes, is ook een fantasiebeest). De kinderen kleurden ijverig, al dan niet vol overgave, hun fantasiebeest. Als afsluiting werden in de groep een paar tekeningen besproken; wat zagen de kleuters in de tekening van een ander kind.

Na elkaar bedankt te hebben, voor deze fijne ochtend, gingen de kunstenaar en de kleuters uit een.